Dit verhaal werd bedacht, geknutseld, gespeeld in de klas, tussen stiften, lijm en een Kamishibai-schaduwtheater. Met zelfgemaakte figuren bouwden de kinderen hun verhaal – scène na scène, tot het begon te leven.
De klasgroep uit bijzonder onderwijs – Rupsen en Maatjes van BuBaO ÓRC campus Het Laar deden mee aan een verhalenwedstrijd van de bib (van stad Dendermonde). De opdracht: schrijf een verhaal over een tijdmachine en iets typisch Dendermonds. De inzet: eeuwige roem. Of op z’n minst een boek dat gedrukt zou worden bij een échte drukker. Niet niks.
De kinderen in deze klas (een groep van 8 tot 13 jarigen) begrijpen de spannendste verhalen, maar struikelen over de woorden. Ze willen lezen, maar het boek wil vaak niet mee. De juffen besloten: we maken een verhaal dat spannend is, maar vooral toegankelijk voor deze kinderen. Ze kozen voor het Picto Semi Schrift van Trijntje de Wit – pictogrammen met tekstuele ondertitels – zodat iedereen mee kon. Een boek als brug. Tussen luisteren en lezen. Tussen begrijpen en zelf doen. Tussen kind en taal.
De klas won! De poorten van Dendermonde werden in hun verhaal teletijdsmachines. En ik mocht er een boek van maken.
De kinderen hadden álles gemaakt. De figuren, de achtergronden, de sfeer. Eén meisje tekende hoofdpersonages met een vaste hand en een oog voor karakter, anderen gooiden zich op gras of maakten kleurige vlekken.
Het verhaal zat daar dus. In de klas. In de kinderen die met glinsteroogjes over hun creatie vertellen, in de juffen, die niet alleen lesgeven maar ook aanmoedigen, vormgeven, bijeenhouden. In de manier waarop ze materiaal verzamelden alsof het goud was: elk knipsel, elk veegje stift.
Daarom besloot ik om meer te doen dan alleen het boek vormgeven. Ik wilde ook dit verhaal – het maakverhaal – zichtbaar maken. Ik interviewde Greetje en Lore, trok foto’s in de klas, noteerde, luisterde, keek. En zag een proces dat even waardevol is als het eindresultaat.